Ieder jaar nemen veel mensen zich voor nu eens echt werk te maken van het afvallen. Het staat tenminste bovenaan het lijstje van goede voornemens. De meesten zullen dit doen door “op dieet” te gaan. Dat is jammer, want het dieet zal ongetwijfeld best lukken, maar daarna valt iedereen weer terug in zijn oude eetgewoonten en keert het lijf terug in zijn oude, nog iets vollere gedaante. Hoe komt dat?
Het verhaal gaat, dat als er maar een evenwicht is tussen het aantal calorieën dat je tot je neemt en het aantal calorieën dat je verbruikt, je netjes op gewicht blijft. Alle diëten zijn op dat principe gebaseerd. Door je calorieopname te beperken en tegelijkertijd je verbranding te verhogen door meer te bewegen, gebeurt het wonder: je valt af en je leeft nog lang en gelukkig, tenminste dat was je beloofd. Maar net als in elk mooi verhaal is het moment waarop het goed afloopt, het moment waarop het “echte” leven pas begint. En zo is het met dat dieet ook. Eindelijk heb je je doel bereikt. Je snijdt je los van jouw dieetgoeroe en dan begint de rest van je leven. Want in theorie is een calorie een calorie, maar in de praktijk bepaalt ons lichaam of het een slanke, een dikmakende of eentje op doorreis is.
Er zijn 3 manieren waarop je lichaam met aangeboden calorieën kan omgaan:
1. Direct gebruiken
2. Opslaan voor later
3. Ongemoeid laten
Onder normale omstandigheden, wordt dit geregeld in ons bloed: de snelheid waarmee calorieën in je spijsverteringssysteem omgezet wordt in glucose (bloedsuiker), is bepalend voor wat je lichaam ermee gaat doen. Gebeurt dat langzaam en met enige regelmaat, dan worden al die calorieën als brandstof aangeboden aan de spieren (1). Gebeurt dat te snel of met pieken dan wordt het gedeelte dat niet direct wordt verbrand, opgeslagen als vet in (waar anders) vetweefsel. Calorieën die ons lichaam links laat liggen zijn bijvoorbeeld calorieën uit vezels (3). Met andere woorden: Wat en hoe we eten bepaalt hoe effectief wij onze spieren voorzien van brandstof en de brandstof die niet wordt verbruikt, wordt, ook heel effectief, opgeslagen als een vettig appeltje voor de dorst.
Die brandstof, glucose dus, kan alleen met behulp van het hormoon insuline worden opgenomen. Insuline wordt gemaakt in de pancreas of alvleesklier als reactie op de verhoogde bloedsuikerspiegel. De spieren hebben insuline-receptoren. Die receptoren zijn als het ware het slot en insuline is de sleutel om de glucose door te laten. Hoeveel glucose tegelijk naar binnen kan, hangt ook samen met de grootte van de deur, de insulinegevoeligheid. Als je regelmatig met te veel glucose tegelijk voor de deur staat, reageren de receptoren niet meer optimaal. Vergelijk het met ruiken: je zit naast iemand met een opdringerig luchtje, dan merk je dat je het na een tijdje niet meer ruikt, je receptoren voor die geur zijn ongevoelig geworden. Zo iets gebeurt ook met de insulinereceptoren. Door het voortdurende hameren op de deur worden ze ongevoeliger. Het gevolg is dat de deur steeds kleiner wordt ook al heb je voldoende sleutels. En zo kan het gebeuren dat je slanke collega wellicht meer eet dan jij zonder er dik van te worden.
Als je dit nu weet, begrijp je, dat als je de voor jou geschikte hoeveelheid calorieën verdeelt over de hele dag en er ook nog eens op let dat er geen pieken kunnen ontstaan door weinig geraffineerd voedsel te eten, de calorieën verbruikt worden eer ze worden opgeslagen voor een later, dat nooit komt. Vroeger wel, toen waren de mensen afhankelijk van een reservevoorraadje, want voedsel was schaars en daarom heeft ons lichaam geleerd er zo zorgvuldig mee om te gaan. Als je nu een caloriebeperkend dieet gaat beginnen dan zal dat voor het lichaam aanvoelen als schaarste en na het eerste gewichtsverlies, gaat de verbrandingsmotor op een laag pitje. Allerlei lichaamsfuncties vertragen, dus is er minder energie nodig. Je valt nauwelijks nog af, lijdt honger en tot overmaat van ramp heb je je lichaam zo geprogrammeerd dat als je weer “gewoon” eet, je sneller aankomt dan je afgevallen bent.
Leer jezelf dus aan om het goede te eten. Je lichaam krijgt dan alles wat het nodig heeft en je bereikt als vanzelf een gezond gewicht. Want het overgrote deel van al het (h)eerlijke eten dat onze planeet te bieden heeft, laat ons bloedsuikergehalte niet pieken. Eet met een gerust hart zoveel groente en fruit als je wil. Eet volkorenproducten, ze worden langzaam verteerd en zorgen voor een lage, constante dus perfecte aanvoer van glucose. Wees zuinig met vet en gebruik de goede, vloeibare soorten. Eet mager vlees en (vette) vis, gegrild, gestoofd of gepocheerd, ze hebben nauwelijks effect op je bloedsuiker en bevatten weinig verzadigd vet en als je snackt, eet voedsel, zoals noten, een toastje met zalm of een reepje kaas. En voor de zoete trek neem je een handje rozijntjes of een paar gedroogde abrikozen. Als beloning hoef je nooit meer calorieën te tellen en kan je met een gerust hart af en toe zondigen omdat je iets onweerstaanbaar lekker vindt en niet omdat je er een onweerstaanbare behoefte aan hebt.
Tot slot, vind je het moeilijk om zelf het wiel uit te vinden en langzaam gezonde gewoonten te integreren in je leefstijl? Bij het Voedingscentrum is er sinds kort een boekje te koop dat heet: Het Keuzedieet, afvallen zonder moeite, “voor wie verborgen vetten, suiker- en luxecalorieën bij het inkopen en eten wil vermijden en hoe waardevolle voedingsmiddelen in één oogopslag te leren onderscheiden van ongunstige producten.”
Ik wens jullie een voorspoedig en gezond 2012!
Bronvermelding:
- When is a calorie not a calorie, een artikel van Darya Pino
- http://mizfitonline.com/2009/05/21/when-is-a-calorie-not-a-calorie/
- http://webshop.voedingscentrum.nl/het-keuzedieet.html