Koffie en de hersenen
Cafeïne stimuleert het brein, dat weten we al eeuwen. Nog geen tien jaar na de introductie van koffie, thee en chocolade in Europa schreef een Britse ondernemer dat de drank een enorme vooruitgang was: in plaats van ’s morgens al met bier of wijn te beginnen namen zijn werknemers nu koffie. Het gevolg was dat ze fris aan de arbeid begonnen en niet langer half aangeschoten. Maar hoe die cafeïne de alertheid nu juist bevorderde, dat bleef een raadsel. In 1820 slaagden chemici er in de werkzaam stof uit koffie te isoleren en te benoemen, maar daarmee wisten ze nog altijd niet hoe deze op het brein inwerkte. Er zou nog eens anderhalve eeuw overheen gaan voor de cafeïne haar raadsel ontsluierde.
Het vreemde is: cafeïne is op zichzelf een middel met een verdovende werking. Muizen worden actief van een geringe dosis maar suf van een overdosis. Het geeft echter een opwekkend effect omdat het voorkomt dat de neuronen die als ‘activiteitsrem’ fungeren voldoende adenosine kunnen opnemen en daarmee de bezigheden van het brein dempen. Adenosine is namelijk de ‘afvalstof’ die hersencellen produceren als ze actief zijn. Naarmate ze langer en intensiever actief zijn geweest stapelen deze moleculen zich op in de daarvoor bestemde receptoren. Die zenden daarop steeds vaker het signaal uit: rustiger aan! Zo bereikt hyperactiviteit in het brein automatisch zijn natuurlijke grens. Bij een bepaalde drempelwaarde zorgt de adenosine namelijk voor slaperigheid. Tijdens de slaap worden de moleculen afgebroken en zijn ze klaar voor de energievoorziening van de hersenen, de volgende dag.
De chemische formule en vorm van cafeïne lijkt heel sterk op die van adenosine. In feite verschillen ze maar één deeltje, voldoende om de receptoren te foppen. Terwijl ze cafeïnemoleculen opnemen kunnen ze geen adenosine meer opnemen. Je zou zeggen dat het effect desondanks hetzelfde is en dat het brein slaperig wordt, maar cafeïne is een slechte imitator, zeggen wetenschappers. De receptoren worden namelijk niet geprikkeld het slaapsignaal uit te zenden, met als gevolg dat de hersenen actief kunnen blijven, zolang de voorraad koffie strekt.

Is dit nu nadelig voor het brein en ongezond? Daar is eerlijk gezegd nooit iets van gebleken. De hersenen ondervinden geen enkele schade van de verwisseling en een overdosis cafeïne is praktisch onmogelijk. Daarvoor zou je achter elkaar (binnen een half uur) veertig sterke koppen moeten drinken. Voor je halverwege bent is de maag alles al aan het overgeven..
In de lever voert cafeïne overigens een soortgelijke act op. Onderzoek bij zware drinkers heeft aangetoond dat degenen die tussendoor veel koffie dronken aanzienlijk minder leverschade hadden dan degenen die géén koffie nuttigden. In de tijd dat de lever bezig is met het afbreken van de cafeïne kan ze zich niet bezighouden met de alcohol. Een deel daarvan verlaat daarom het lichaam via de darmen. Ook hier laat het orgaan zich misleiden door de sterke gelijkenis tussen de twee moleculen, maar het afbreken van cafeïne levert geen kleverschade op en dat van grote hoeveelheden alcohol wel.
De Britse werkgever die de koffie drie eeuwen geleden zo prees zou dus extra in zijn handen wrijven als hij dit wist: niet alleen presteerden zijn werknemers beter dankzij de koffie, ze leefden er hoogstwaarschijnlijk ook langer door – en misschien ook nog gelukkiger.
|
| | | | | | | |
Dit artikel is geschreven door:
-
Jeroen Kuypers
Jeroen Kuypers is freelance journalist en auteur. Hij is al meer dan tien jaar verbonden aan het vakblad Trend en schreef in die hoedanigheid vele tientallen artikelen over koffie en thee. Van het eerste Senseo apparaat tot de comeback van de Mokkamaster, hij was er allemaal getuige van. Koffie is voor Kuypers steeds meer een wonderdrank geworden: een voortdurend verrassende bron van smaak, stimulans en niet te vergeten gezondheid, en dus ook een hoorn des overvloeds voor reportages, interviews en beschouwingen.
Reacties
Er zijn nog geen reacties.